Je moet de natuur soms wat meer zijn gang durven laten gaan

Een interview met fysisch geograaf Wilfried ten Brinke

Interview op: 10 november 2025
Naam: Wilfried ten Brinke
Deskundigheid: Water, Klimaatverandering en Morfologische Dynamiek

 

Als ik vanuit mijn deskundigheid door alle Natuurdoelanalyses heen kijk, zie ik dat bijna overal natuurlijke dynamiek een thema is. We hebben als mens ingegrepen in ons watersysteem. Soms voor onze veiligheid, denk aan de Haringvlietsluizen of de Oosterscheldekering. Soms ten behoeve van de scheepvaart, denk aan het aanleggen van kribben of het uitbaggeren van de Westerschelde. Of voor onze boeren, denk aan waterstanden. Je ziet dat al die menselijke ingrepen de waterdynamiek van de natuur veranderen.

Ik loop al bijna veertig jaar mee en dan ga je steeds beter zien hoe alles met alles samenhangt. De Oosterscheldekering zorgt dat de getijdenstromen zijn afgenomen en het water niet zo hard meer stroomt. Dat heeft invloed op de zandplaten. Zand dat vroeger door de golven van de zandplaat weggenomen werd en in de geul bezonk, kwam later door de stroming vanuit die geul weer terug de plaat op. De zandplaat en de geul in de Oosterschelde ademden met elkaar. Nu nemen de golven het zand nog wel weg, maar is de stroming te zwak om het weer terug te voeren en de geul te diep voor de hoeveelheid water die erdoor stroomt. De Oosterschelde heeft nu wat wij noemen: zandhonger; het neemt meer zand weg dan het teruggeeft. Daardoor is de kans groot dat als je niets doet die zandplaten op den duur verdwijnen. Dat wordt het gewoon een bak water. Dat proces zagen we dertig jaar geleden ook al. En dan vraag je: is dat erg als die zandplaten verdwijnen? Ja, want daar vinden vogels een rustplek en voedsel. Dus gaan we zand opspuiten om die platen in stand te houden.

Is er een andere oplossing?

Ja. De Haringvlietsluizen zitten nu bijvoorbeeld meestal dicht en soms gaan ze open om rivierwater af te voeren. Dat kun je ook omdraaien: meestal open en soms dicht om het hoge water bij stormvloed tegen te houden. Dat zou de getijdenstroom en daarmee de dynamiek in het gebied daarachter voor een belangrijk deel herstellen. Zo kan je ook natuurdoelen halen. Je moet de natuur soms wat meer zijn gang durven laten gaan. Kijk, elke menselijke ingreep in de natuurlijke dynamiek heeft effect op de rest van het watersysteem. Rond 1850 begonnen we kribben in onze grote rivieren aan te leggen zodat het water harder ging stromen en de bedding verdiepte. In anderhalve eeuw is die bedding twee meter ingesneden. Dat was goed voor de scheepvaart. Maar als er nu een lange droge zomer komt, zakt de grondwaterstand in natuurgebieden langs rivieren met de lage waterstand mee en krijg je last van droogte. Als waterexpert zeg je dan: stop die insnijding. En dat gebeurt op sommige plaatsen ook. Maar de overheid moet alle belangen tegen elkaar afwegen. Makkelijke oplossingen zijn er niet.

Wat was je leukste NDA-advies?

Dat waren er eigenlijk drie. Om te beginnen bij de Biesbosch. Daar werden we ontzettend goed rondgeleid. Dat is trouwens bijna altijd zo. Bij het startgesprek in het veld krijgen we hele goede rondleidingen van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of andere beheerders met veel deskundigheid, kennis en passie voor het gebied. Het leukste was, vrij snel daarna gingen we naar het Haringvliet en het Hollands Diep en dan zie je dat ze allemaal dezelfde problematiek hebben, namelijk dat er te weinig getijdendynamiek is. Dat was een rode draad die door alle drie, onafhankelijk van elkaar opgestelde, Natuurdoelanalyes heen liep. En dat klopt. Je moet die gebieden eigenlijk in samenhang met elkaar bekijken.

Binnenkort komt er een nieuwe ronde Natuurdoelanalyses aan. Wat hoop je daarvan?

Ik hoop dat in de Natuurdoelanalyses alle feiten en cijfers die beschikbaar zijn, ook gebruikt worden. Dat zag je in de eerste cyclus nog wel eens misgaan. Dan waren wij als Ecologische Autoriteit geneigd om te zeggen: die cijfers zijn er! Kijk hier, en dan gaven we ze links naar bronnen. Ik weet niet zeker of dat onze rol is, dat is een grijs gebied, maar goed. Ik hoop dat ze dat gedaan hebben. Ik moet wel zeggen dat veel overheden ze in korte tijd moesten maken. Ik hoop en verwacht dat dat nu wel anders zal zijn. Ook hoop ik dat overheden stevige monitoringsplannen maken van de gebieden die zij beheren. Dan hebben we straks voldoende datapunten om trends te ontdekken en kunnen zien welke maatregelen effect hebben. Dan kun je daarop sturen. Het is belangrijk om langjarig te meten, zeker bij veranderingen in morfologische dynamiek, want processen gaan zo langzaam dat je uit metingen over een beperkt aantal jaren niet veel kunt afleiden.

Wat is er leuk aan deskundige zijn?

Dat je veel van anderen leert. Je werkt voor de Ecologische Autoriteit met heel veel verschillende disciplines samen. Ik kom natuurlijk uit de abiotische hoek, de fysische kant. Bij veel adviezen ben ik de enige morfoloog in een groep met allemaal ecologen. Dus daar leer ik heel veel van. Wat ook leuk is aan deskundige zijn is dat ik kan terugvallen op meer dan dertig jaar ervaring. Ik deed recent een adviestraject over de Oosterschelde en de Westerschelde. Over de veranderde dynamiek in de Oosterschelde heb ik ooit mijn proefschrift geschreven. En met al die kennis duik ik er zo weer lekker in. En de Ecologische Autoriteit is gewoon een hele goede club. Een geoliede machine. Met kundige voorzitters en werkgroepsecretarissen die goed naar experts luisteren en hen de ruimte geven in een efficiënt ingericht proces. In zes weken tot een goed advies komen… Dat is echt heel snel.

Heb je nog een tip voor een beginnende deskundige?

Even denken. Ja, maar dat is eigenlijk meer een tip voor de Ecologische Autoriteit. Er bestaat geen opleiding voor deskundige bij de Ecologische Autoriteit. Je wordt meteen in het diepe gegooid en dan wordt er van je verwacht dat je het kan. Maar ik moest toen ik begon (bij de Commissie mer) heel erg zoeken naar waar kan of moet ik wel en niet wat over zeggen? Dat moet je allemaal maar een beetje zelf uitvinden. Het zou wel aardig zijn als je met één of twee adviezen zou mogen meelopen om de kunst af te kijken. Droog oefenen zeg maar. Dat zou standaard onderdeel van de onboarding kunnen zijn.

PS: In maart van dit jaar verscheen van Wilfried ten Brinke: “Van Zuid naar Noord”. Het boek neemt je mee op reis door Europa en verkent de klimatologische stand van zaken in de tweede helft van deze eeuw. Een verkenning met een solide wetenschappelijke basis, maar ook een verhaal dat we allemaal kunnen volgen. Met winnaars en verliezers, en als een wake-up call voor ons allemaal.

Van Zuid naar Noord – Wilfried ten Brinke