Olaf van Velthuijsen
werkgroepsecretaris
In de aanvulling van de provincie Noord-Brabant op de Natuurdoelanalyse van Natura 2000-gebied Oeffelter Meent, ontbreekt nog een onderbouwing dat het leefgebied van de kamsalamander voldoende stabiel en robuust is, schrijft de Ecologische Autoriteit. De provincie stelde de aanvulling op in navolging van een eerder advies van de Ecologische Autoriteit. De provincie concludeerde in de aanvulling dat de getroffen en geplande maatregelen voldoende zijn om de instandhoudingsdoelen voor de Kamsalamander te kunnen behalen. Deze onderbouwing is echter nog niet volledig genoeg om dat te kunnen stellen.
Met natuurdoelanalyses beoordelen provincies of bestaande en geplande maatregelen voldoende zijn om de natuurdoelen voor Natura 2000-gebieden te realiseren. Waar nodig worden zij aangevuld en opnieuw voorgelegd aan de Ecologische Autoriteit. Noord-Brabant is de eerste provincie die een aanvulling ter beoordeling heeft ingediend.
De Ecologische Autoriteit schrijft in haar advies aan de provincie dat er onvoldoende in beeld is gebracht hoeveel en waar poelen voor de Kamsalamander inmiddels zijn aangelegd, waar deze liggen en hoe zij worden beheerd. Ook is de samenhang tussen leefgebieden beperkt uitgewerkt. Daarnaast kunnen externe factoren, zoals vissen die bij hoogwater vanuit de rivier poelen bereiken, een negatief effect hebben op de soort.
De Ecologische Autoriteit adviseert daarom om het leefgebied van de kamsalamander verder te analyseren en de maatregelen duidelijker te omschrijven. Extra leefgebied, intensiever beheer en betere monitoring zijn nodig om met voldoende zekerheid te kunnen vaststellen of de doelen worden gehaald. Informatie die intussen beschikbaar is gekomen kan hiervoor worden gebruikt. Daarbij is het belangrijk in te zetten op een duurzame en robuuste populatie. Hierbij mogen delen van het leefgebied buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied worden betrokken.