Evalyne de Swart
werkgroepsecretaris
Aanvullingen van de provincie Noord-Brabant (mede namens Zeeland) op de natuurdoelanalyse voor Natura 2000-gebied Markiezaat komen overeen met het eerdere advies van de Ecologische Autoriteit. Voor de vogelsoorten kluut, bontbekplevier en strandplevier is nog onvoldoende kennis beschikbaar. Daardoor is onzeker of de instandhoudingsdoelen voor deze soorten en habitattypen worden gehaald. Voor de vogelsoorten grauwe gans, brandgans, krakeend, slobeend en kleine zwaan wordt met de aanvulling in extra informatie voorzien. De provincie stelde de aanvulling op naar aanleiding van een eerder advies van de Ecologische Autoriteit.
Met natuurdoelanalyses beoordelen provincies of bestaande en geplande maatregelen voldoende zijn om de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden te realiseren. Waar nodig worden deze analyses aangevuld en opnieuw voorgelegd aan de Ecologische Autoriteit. Noord-Brabant is de eerste provincie die een aantal aanvullingen ter beoordeling heeft ingediend.
In deze aanvulling geeft de provincie aan de eerdere conclusie voor een aantal vogelsoorten aan te passen. De aangepaste conclusies komen daarmee overeen met het eerdere advies van de Ecologische Autoriteit. Het gaat om de vogelsoorten kluut, bontbekplevier en strandplevier. De Ecologische Autoriteit kan zich vinden in deze aanpassingen, omdat de beschikbare kennis nog onvoldoende is om met zekerheid vast te stellen dat de instandhoudingsdoelen voor deze soorten en habitattypen worden gehaald.
Voor de vogelsoorten grauwe gans, brandgans, krakeend, slobeend en kleine zwaan blijft de provincie bij haar eerdere beoordeling. De aanvulling bevat hiervoor extra informatie over verspreiding, trends en de kwaliteit van het leefgebied. De Ecologische Autoriteit schrijft in haar advies dat ze deze onderbouwing overtuigend vindt.
De Ecologische Autoriteit concludeert dat met de aanvulling belangrijke stappen zijn gezet om de natuurdoelanalyse voor Markiezaat te verbeteren. Wel worden enkele aanbevelingen meegegeven om de kwaliteit van onderbouwingen nog verder te verbeteren. Het gaat hier onder meer om het consequent vermelden van gebruikte bronnen en verwerken van alle mogelijk relevante maatregelen. Tegelijkertijd blijft het nodig om kennis over de kwaliteit van het leefgebied, trends en oorzaken van achteruitgang in het algemeen verder te vergroten, zodat maatregelen beter kunnen worden gericht en de besluitvorming over Natura 2000-doelen verder kan worden versterkt.