De Biesbosch was eeuwenlang een uitgestrekt zoetwatergetijdengebied, dat in Europa nauwelijks zijn weerga kende. Ontstaan in het begin van de vijftiende eeuw, tijdens de beruchte Sint- Elizabethsvloed, werd het gebied lange tijd gekenmerkt door verraderlijke wilgenvloedbossen, afgewisseld met kale zand- en slikplaten, rietgorzen en biezenvelden, maar door de uitvoering van de Deltawerken heeft de Biesbosch veel van zijn allure moeten prijsgeven. Na de afsluiting van het Volkerak in 1960 en het Haringvliet in 1970 viel het getij terug van gemiddeld 2 meter naar enkele decimeters. Het gebied bestaat uit drie delen: de Sliedrechtse en Dortsche Biesbosch ten noorden van de Merwede en de Brabantse Biesbosch ten zuiden ervan.
Met natuurdoelanalyses beoordelen provincies of bestaande en geplande maatregelen voldoende zijn om de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden te realiseren. Waar nodig worden deze analyses aangevuld en opnieuw voorgelegd aan de Ecologische Autoriteit. Noord-Brabant is de eerste, mede namens Zuid-Holland, die een aanvulling ter beoordeling heeft ingediend.
Hoofdpunten uit het advies
Advies over de aanvulling op de natuurdoelanalyse
In de aanvulling geven de provincies aan dat zij voor een aantal habitattypen en soorten hun eerdere conclusies aanpassen. De aangepaste conclusies komen daarmee overeen met het eerdere advies van de Ecologische Autoriteit. Het gaat om het habitattype beken en rivieren met waterplanten en om de vissoorten zeeprik, rivierprik, elft, zalm, fint en grote modderkruiper. De Ecologische Autoriteit kan zich vinden in deze aanpassingen, omdat de beschikbare kennis nog onvoldoende is om met zekerheid vast te stellen dat de instandhoudingsdoelen voor deze soorten en habitattypen worden gehaald.
Voor de vissoorten bittervoorn en kleine modderkruiper blijven de provincies bij hun eerdere beoordeling. De aanvulling bevat hiervoor extra informatie over verspreiding, trends en de kwaliteit van het leefgebied. De Ecologische Autoriteit schrijft in haar advies dat ze deze onderbouwing overtuigend vindt.
De Ecologische Autoriteit concludeert dat met de aanvulling belangrijke stappen zijn gezet om de natuurdoelanalyse voor de Biesbosch te verbeteren. Tegelijkertijd blijft het nodig om kennis over de kwaliteit van het leefgebied, trends en oorzaken van achteruitgang verder te vergroten, zodat maatregelen beter kunnen worden gericht en de besluitvorming over Natura 2000-doelen verder kan worden versterkt.
Advies over de natuurdoelanalyse
Uit de natuurdoelanalyse Biesbosch blijkt dat diverse doelsoorten onder druk staan. Dat komt door gebrek aan dynamiek in combinatie met andere drukfactoren zoals slechte waterkwaliteit, gebiedsvreemde soorten die andere soorten overwoekeren en recreatie. Tegelijk ziet de Ecologische Autoriteit goede kansen voor de Biesbosch: met aanvullende maatregelen die meer ruimte geven en die de dynamiek verhogen kunnen veel natuurdoelen binnen bereik komen, die nu niet gehaald worden.
In de Biesbosch worden al goede maatregelen genomen en staan deze ook gepland, maar de Ecologische Autoriteit mist nog belangrijke natuurinformatie. Met name een preciezer inzicht in het landschapsecologische systeem en informatie over de gevolgen van verdroging, stikstofdepositie, inspoeling van meststoffen en versnippering ontbreekt nog. Ook is nadere concrete uitwerking nodig voor de omvang en de locatie van de maatregelen. Tegelijk moet niet gewacht worden met maatregelen tot alle kennis compleet is. Een aantal knelpunten en oorzaken is duidelijk. De Ecologische Autoriteit adviseert om daar nu al tot actie over te gaan.