Het Mantingerzand is een stuifzandgebied begroeid met vochtige en droge heiden en jeneverbessen. Verspreid liggen enkele naald- en loofbosjes. In laagten zijn vochtige gebieden aanwezig waaronder enkele zure vennen. Een aanzienlijk deel van het gebied bestaat uit voormalige landbouwgronden die worden ontwikkeld tot natuur.
Hoofdpunten uit het advies
Uit de natuurdoelanalyse blijkt dat de natuur in het Mantingerzand onder druk staat door de hoge stikstofdepositie, gebrek aan dynamiek en verdroging. Dit is bijvoorbeeld te zien aan vergrassing en dichtgroeien van open zand in zandverstuivingen met opslag van bomen en struiken. Tegelijk is er een toename van stikstofminnende planten zoals grijs kronkelsteeltje en pijpenstrootje. Dit leidt tot een afname van de natuurkwaliteit.
In de komende jaren blijven de beheerders natuurherstelmaatregelen uitvoeren zoals extra begrazen, extra maaien, plaggen, het weghalen van opslag en het dempen van greppels. De Ecologische Autoriteit onderschrijft dat deze maatregelen een belangrijke bijdrage leveren aan het natuurbehoud. Geadviseerd wordt, waar mogelijk, beheer te intensiveren door onder meer andere vormen van begrazing, zoals een gescheperde kudde, maar ook verwijderen van bos, bekalken en steenmeel aanbrengen om verzuring tegen te gaan.
Om verdere verslechtering te voorkomen is het ook nodig om snel de stikstofdepositie te verminderen, de dynamiek te verhogen en verdroging tegen te gaan. Hiervoor zijn maatregelen binnen én buiten het Mantingerzand nodig. Een overkoepelende strategie op basis van (hydrologisch) onderzoek kan helpen om de samenhang in het uit te voeren maatregelenpakket aan te brengen. De Ecologische Autoriteit benadrukt dat vanwege de drukfactoren dit snel moet gebeuren.