De Ecologische Autoriteit beoordeelt onafhankelijk of er voldoende en betrouwbare ecologische informatie beschikbaar is om besluiten over beschermde natuur te onderbouwen. De Ecologische Autoriteit doet dit voor ieder advies op dezelfde manier.
De Ecologische Autoriteit beoordeelt onafhankelijk of er voldoende en betrouwbare ecologische informatie beschikbaar is om besluiten over beschermde natuur te onderbouwen. De Ecologische Autoriteit doet dit voor ieder advies op dezelfde manier.
De Ecologische Autoriteit controleert of de juiste ecologische informatie beschikbaar is om besluiten over beschermde natuur te onderbouwen. Het gaat bijvoorbeeld om natuurdoelanalyses en beheerplannen. Ook kijkt zij of natuurdoelanalyses voldoen aan de richtlijnen die hiervoor zijn opgesteld in de actuele versie van de handreiking natuurdoelanalyses.
De Ecologische Autoriteit beoordeelt onafhankelijk of deze documenten zijn gebaseerd op de juiste ecologische informatie en gegevens. Het gaat bij Natura 2000-gebieden bijvoorbeeld om gegevens over trends in de omvang en kwaliteit van de instandhoudingsdoelstellingen, de werking van het landschapsecologische systeem van het gebied, of de omgevingscondities in orde zijn, knelpunten en de verwachte effecten van geplande en uitgevoerde maatregelen. Deze informatie is nodig om te beoordelen of (toekomstige) verslechtering kan worden uitgesloten en of de instandhoudingsdoelstellingen voor behoud, uitbreiding en verbetering van Natura 2000-gebieden kunnen worden gehaald. De Ecologische Autoriteit toetst of ze zich kan vinden in de conclusies hierover en of ze voldoende zijn onderbouwd.
Bij elk advies staat op de website vermeld welke informatie is gebruikt. Naast Natura 2000-beheerplannen, evaluaties daarvan en natuurdoelanalyses kunnen dit verschillende soorten documenten en (wetenschappelijke) literatuur zijn. Vaak worden SNL-flora- en vegetatiekarteringen gebruikt, die de basis vormen voor habitattypenkaarten. Ook aanvullende gebiedsgerichte en wetenschappelijke literatuur wordt regelmatig geraadpleegd.
De Ecologische Autoriteit neemt als startpunt voor haar advies de informatie die de aanvrager van het advies (meestal de voortouwnemer) aanlevert. De werkgroep beoordeelt of deze informatie voldoende, navolgbaar en consistent is om conclusies over de natuurdoelen te kunnen onderbouwen. Een advies van de Ecologische Autoriteit is geen integrale heranalyse van alle onderliggende gegevens.
Wanneer de aangeleverde informatie vragen oproept, tegenstrijdigheden bevat of onvoldoende onderbouwd is, kan de werkgroep extra informatie opvragen of zelf aanvullende bronnen raadplegen. Als dat nodig is, gebruikt de werkgroep bijvoorbeeld basisgegevens uit openbare bronnen, zoals de Nationale Databank Flora en Fauna, SOVON of het Dinoloket (voor grondwatergegevens). Dat gebeurt ter controle, duiding en onderbouwing van het advies.
Waar nodig wordt naar aanvullend geraadpleegde informatie verwezen in het advies. Daarnaast leveren veldbezoeken vaak aanvullende informatie op, waarnaar ook in de adviezen wordt verwezen. Als belangrijke informatie ontbreekt of onzekerheden blijven bestaan, benoemt de Ecologische Autoriteit dat ook in haar advies.