Ecologische Autoriteit 5041
5041

Uiterwaarden Lek, provincie Utrecht

Uiterwaarden Lek is een Natura 2000-gebied langs de Lek. Het gebied bestaat uit uiterwaarden met graslanden, ruigten, zomen en oeverzones die afhankelijk zijn van de dynamiek van de rivier. Juist de afwisseling tussen nat en droog, stroming, afzetting en erosie bepaalt waar bijzondere riviernatuur kan ontstaan en blijven bestaan.

Hoofdpunten uit het advies

Advies over de beheerplanevaluatie voor de tweede beheerplanperiode
De evaluatie geeft een goede beschrijving van de maatregelen die zijn uitgevoerd en van het reguliere beheer. Deze maatregelen passen bij de problemen in het gebied. Er zijn optimalisaties in het beheer mogelijk, maar dit gaat niet leiden tot het halen van de doelen.
De knelpunten voor de natuur zijn duidelijk in beeld, maar onderliggende oorzaken zijn nog niet scherp genoeg. Een belangrijke constatering is dat de rivier niet meer natuurlijk stroomt, en daardoor niet meer de rivierprocessen kent die nodig zijn. Voor het nieuwe beheerplan is meer inzicht nodig in de samenhang tussen rivierdynamiek, grond- en oppervlaktewaterstanden, sedimentatie en erosie, de getijdynamiek van de Rijn-Maasmonding en de effecten van scheepvaart. Daarmee komt meer inzicht in aanvullende maatregelen die samen een uitgekiend rivierbeheer kunnen vormen, zodat de doelen gehaald kunnen worden.
De Ecologische Autoriteit adviseert de provincie daarom om in het tweede beheerplan duidelijk te maken welke aanvullende natuurherstelmaatregelen nodig zijn, welke daarvan binnen het Natura 2000-beheerplan kunnen worden geregeld en welke maatregelen met andere overheden, zoals de waterbeheerder, buiten het beheerplan moeten worden geborgd.

Advies over de natuurdoelanalyse voor de eerste cyclus
Het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Lek bestaat uit een aantal verspreid liggende, soms kleine, terreinen in de uiterwaarden van de Lek tussen Vianen en Schoonhoven. Het gebied is aangewezen voor slikkige rivieroevers, twee soorten graslanden en zachthoutooibossen. Er is ook een belangrijk voortplantingsgebied voor de kamsalamander. Uit de eerste analyse blijkt dat de natuur in deze gebieden onder druk staat en dat verslechtering niet voor alle doelen kan worden uitgesloten. Het gebied heeft naast versnippering en intensief agrarisch landgebruik te maken met te veel stikstof. Dat is in het gebied te zien door onder meer vergrassing en verruiging in de graslanden.
De NDA stelt voor om binnen de grenzen van het gebied aanvullend natuur te ontwikkelen, zoals graslanden en voortplantingswateren voor de kamsalamander, om hiermee ook de uitbreidingsdoelen dichterbij te brengen. Ook noemt de NDA als maatregel om het Natuur Netwerk Nederland verder te versterken, zodat de nu kleine stukjes waardevolle natuur met elkaar verbonden worden. De Ecologische Autoriteit adviseert om deze maatregelen samen met particuliere beheerders concreter uit te werken, zodat duidelijker wordt wat nodig en mogelijk is.
De Ecologische Autoriteit ziet dat de provincie Utrecht over het algemeen een complete, logisch opgebouwde NDA heeft opgesteld, maar mist nog wel belangrijke natuurinformatie. Op een belangrijk punt in de analyse is de NDA niet onderbouwd en onjuist, namelijk waar het gaat om verdroging en rivierdynamiek. De NDA stelt voor meer onderzoek te doen naar de bodem. Dit inzicht is cruciaal om te weten welke effecten de te hoge stikstof in de bodem al heeft gehad, en wat nodig is voor herstel van een gezonde bodem en de planten en dieren die hiervan afhankelijk zijn.
De Ecologische Autoriteit adviseert de nog benodigde systeeminzichten heel gericht in een kennisprogramma voor deze gebieden verder uit te werken. Ook wordt in de NDA toekomstige stikstofreductie al meegenomen bij de conclusies terwijl nog onzeker is of en hoe die moet worden gerealiseerd. Daarnaast beschrijft de NDA weliswaar een groot aantal goede maatregelen, het geschatte effect per maatregel is niet gespecificeerd. Hierdoor is niet helder welke maatregelen relatief de meeste ecologische winst opleveren en welke maatregelen nodig zijn om de huidige doelen te halen.
Voor de meeste knelpunten in het gebied is al goed in beeld wat de onderliggende oorzaken zijn. De Ecologische Autoriteit adviseert om de in de NDA beschreven aanvullende maatregelen snel te nemen. Zo kan de provincie voorkomen dat de natuur verder achteruitgaat en het in de toekomst moeilijker wordt om de natuur­doelen te halen. In de adviezen gaat de Ecologische Autoriteit in op ‘no-regret maatregelen’ voor natuurherstel. Dat zijn maatregelen die enerzijds goed onderbouwd zijn en waarvan we anderzijds weten dat ze goed werken en goed zijn voor de natuur.
Samenvattend: de Ecologische Autoriteit adviseert de natuurdoelanalyses te verbeteren met aanvullende informatie zodat goede besluiten genomen kunnen worden in het gebiedsprogramma. Tegelijk moet niet gewacht worden met maatregelen tot alle kennis compleet is. Een aantal knelpunten en oorzaken zijn duidelijk. De Ecologische Autoriteit adviseert om daar nu al tot actie over te gaan.

Samenstelling van de laatste werkgroep

dr. Wilfried ten Brinke

dr. André Jansen

ing. Celine Roodhart

prof. dr. Lisette de Senerpont Domis

voorzitter

mr. drs. Peter Glas

werkgroepsecretaris

drs. Willemijn Smal

Projectinformatie

Betrokken overheden

Provincie Utrecht (voortouwnemer)

Overige betrokken partijen

Project/klankbordgroep

Regio

Utrecht

Natura 2000-gebied

Uiterwaarden Lek

Natuurtype

N02 Rivieren, N10 Vochtige schraalgraslanden, N12 Rijke graslanden en akkers

Landschapstype

Rivierenlandschap

Laatste advies uitgebracht op

16 juni 2026