Het Sarsven en de Banen zijn twee naast elkaar gelegen heidevennen in Midden-Limburg. De vennen worden deels gevoed met kwelwater uit omliggende hoge gronden. Plaatselijk komt moerasveen voor, variërend in diepte. Het bestaat uit een samenstel van vennen, wilgen- en gagelstruweel, elzen- en berkenbroekbos en zowel natte als drogere graslanden. Om de natuur in stand te houden en te herstellen heeft de provincie Limburg een Natuurdoelanalyse opgesteld voor dit Natura 2000-gebied en de Ecologische Autoriteit gevraagd hierover een advies te geven.
Hoofdpunten uit het advies
Uit de natuurdoelanalyse blijkt dat de twee grote vennen in het gebied te voedselrijk zijn door onder andere mest van ganzen en te veel aan stikstof. Er worden al maatregelen genomen om dit op te lossen, maar deze zijn niet genoeg. Om goed werkende maatregelen te vinden is een meer gedetailleerd inzicht nodig in de werking van de vennen: hoe werkt het daar wat betreft water, lucht, bodem en in wisselwerking met planten en dieren? Daarmee worden niet alleen de problemen duidelijk, maar ook de onderliggende oorzaken. Zo dragen stikstofdepositie en mest van ganzen zeker bij aan de vergroting van voedselrijkdom in de vennen, maar zijn er waarschijnlijk nog meer oorzaken. Deze kennis is nodig om te weten aan welke knoppen gedraaid kan worden om de natuur weer gezond te maken.Een aantal oorzaken voor de problemen in Sarsven en de Banen is wel bekend. De Ecologische Autoriteit adviseert om hiervoor snel maatregelen te nemen waarvan al bekend is dat ze goed werken en goed zijn voor de natuur. Zo kan de provincie voorkomen dat de natuur in de tussentijd verder achteruitgaat en het steeds moeilijker wordt om de natuurdoelen te halen. In Sarsven en de Banen gaat het onder andere om het verlagen van de vermestingsdruk van ganzen en om verlaging van de stikstofbelasting.