De Oeffelter Meent is gelegen op een grofzandige oeverwal van een vroegere rivierloop in de uiterwaard van de Maas, mede ontstaan door menselijk handelen. Het gebied wordt doorsneden door een gekanaliseerde beek, de Oeffeltsche Raam, die ter plaatse in de Maas uitmondt. Het omvat een aantal hobbelige graslandpercelen. Dit microreliëf en de overgangen naar meer kleihoudende bodems toe hebben een gevarieerde vegetatie doen ontstaan. Op de zomerdijken komt een aan kalkarme bodem gebonden vorm van stroomdalgrasland voor, die in ons land slechts een beperkte verspreiding heeft. Op voedselrijkere en mogelijk iets vaker overstroomde delen komen glanshaverhooilanden voor. Op de laagste delen en op de voormalige puinstortplaats zijn overstromingsgraslanden en ruigtevegetaties aanwezig.
Met natuurdoelanalyses beoordelen provincies of bestaande en geplande maatregelen voldoende zijn om de natuurdoelen voor Natura 2000-gebieden te realiseren. Waar nodig worden zij aangevuld en opnieuw voorgelegd aan de Ecologische Autoriteit. Noord-Brabant is de eerste provincie die een aanvulling ter beoordeling heeft ingediend.
Hoofdpunten uit het advies
Advies over de aanvulling op de natuurdoelanalyse
De Ecologische Autoriteit schrijft in haar advies aan de provincie dat er onvoldoende in beeld is gebracht hoeveel en waar poelen voor de Kamsalamander inmiddels zijn aangelegd, waar deze liggen en hoe zij worden beheerd. Ook is de samenhang tussen leefgebieden beperkt uitgewerkt. Daarnaast kunnen externe factoren, zoals vissen die bij hoogwater vanuit de rivier poelen bereiken, een negatief effect hebben op de soort.
De Ecologische Autoriteit adviseert daarom om het leefgebied van de kamsalamander verder te analyseren en de maatregelen duidelijker te omschrijven. Extra leefgebied, intensiever beheer en betere monitoring zijn nodig om met voldoende zekerheid te kunnen vaststellen of de doelen worden gehaald. Informatie die intussen beschikbaar is gekomen kan hiervoor worden gebruikt. Daarbij is het belangrijk in te zetten op een duurzame en robuuste populatie. Hierbij mogen delen van het leefgebied buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied worden betrokken.
Advies over de natuurdoelanalyse
Uit de natuurdoelanalyse blijkt dat de natuur in de Oeffelter Meent onder druk staat. Zo is in het gebied te zien dat mossen en grassen bijzondere (bloeiende) plantensoorten verdringen. De bodem is in kwaliteit achteruitgegaan door belasting met stikstof en het gebrek aan aanvoer van vers zand door bij overstromingen en een te hoge stikstofdepositie. De NDA beschrijft daarom terecht dat maatregelen om de stikstofbelasting terug te dringen nodig zijn. Oeffelter Meent heeft ook te maken met verschillende andere ‘drukfactoren’ zoals droogte, versnippering van natuur en een geiïsoleerde ligging.
De NDA beschrijft veel maatregelen die kunnen helpen de natuur in en rond het gebied te versterken, en door verbindingen aan te leggen met natuur in de omgeving, zoals andere populaties van de kamsalamander. De Ecologische Autoriteit geeft handvatten om dit nog beter te doen - zodat het halen van de natuurdoelen dichterbij komt - met slimmer beheer, met ontwikkeling van natuur in en om het gebied en door verbinding met Natuur Netwerk Brabant. Met die informatie wordt duidelijk aan welke knoppen de provincie kan of moet draaien om de beschermde natuur van de Oeffelter Meent te herstellen.