Er zou een Doen Wat Moet én Kan 2.0 moeten komen

Interview met Ralph Frins

interview deskundige

Gepubliceerd op: 13 april 2026

‘Een enkele keer heeft een advies van de Ecologische Autoriteit ook een juridische kant en daarvoor ben ik door de Ecologische Autoriteit aangetrokken. Zoals bij adviezen over de Handreiking voor provinciale gebiedsprogramma’s waarmee Europese en nationale ‘milieudoelen’ gehaald moeten worden. Ik kijk dan met name of de juridische instrumenten die er zijn, goed worden ingezet.’

Ralph Frins, deskundige Ecologische Autoriteit: ‘Wat leuk is aan het werken voor de Ecologische Autoriteit, is dat je met allerlei andere deskundigen om tafel zit: ecologen, hydrologen, morfologen et cetera. Met al die disciplines aan tafel ga je anders naar een dossier kijken. Ik ben al sinds 2009 bezig met natuurbescherming vanuit een juridische bril, maar een hydroloog kijkt heel anders naar een provinciaal gebiedsprogramma dan een jurist. Het maakte mij nog meer bewust van het gegeven dat er meer werkelijkheden bestaan dan alleen de strikt juridische, waardoor je ook op andere ideeën kan komen. Dus ja, ik leer er veel van. Ik heb naast die adviezen ook meegedacht over twee kennisvragen met betrekking tot het ‘Beoordelingskader voor ex ante eind-conclusies Natura 2000-gebieden’. Ook heb ik met een aantal andere juristen meegewerkt aan een factsheet over de betekenis van de doelstellingen voor Natura 2000-gebieden. Daarin staat de vraag centraal waar provincies, het Rijk en natuur-beheerders bij het beheer van Natura 2000-gebieden wettelijk aan moeten voldoen.

Beknopt en begrijpelijk

Als jurist is het niet altijd makkelijk om in een team met ecologen en andere specialisten samen te werken. Ik weet bijvoorbeeld bij veel vragen wel verschillende uitspraken te noemen, maar daar zit natuurlijk niemand op te wachten. Je moet je niet als een vakidioot gedragen in zo’n multidisciplinair team, maar je punt beknopt en begrijpelijk kunnen vertellen. Dat was in het begin nog best wel een zoektocht. Maar het is ook heel leuk om met zo’n klein groepje en een stevige, ervaren voorzitter onder tijdsdruk aan een advies, factsheet of handreiking van de Ecologische Autoriteit te werken. Ik heb diep respect voor de werkgroepsecretarissen die in een kort tijdsbestek echt goede teksten kunnen schrijven.

Opmerkelijk

Als jurist is mijn bijdrage dat ik kijk of Europese en nationale ‘milieudoelen’ gehaald kunnen worden en of de juridische instrumenten die daarvoor beschikbaar zijn goed worden ingezet. Ik zal een voorbeeld geven. Als je verschillende natuurdoelanalyses leest dan zie je dat het op een paar uitzonderingen na, slecht gaat met onze Natura 2000-gebieden. Terwijl de Habitatrichtlijn al ruim dertig jaar geldt, kachelt de natuur op veel plekken nog steeds achteruit. Wat naar de letter van de Habitatrichtlijn niet zou mogen.

Dat vind ik opmerkelijk. Want volgens de richtlijn moet je zogenoemde passende maatregelen treffen als sprake is van een (dreigende) verslechtering van de natuur. Dat gebeurt dus onvoldoende. Daar moet je als jurist niet alleen de nadruk op vestigen, maar je moet ook inzichtelijk maken wat daar juridisch aan kan worden gedaan.

Stikstofslot

Ik weet dat er discussie bestaat over hoe in Nederland wordt berekend hoeveel stikstofdepositie een bepaalde ontwikkeling veroorzaakt. Ik lees daar regelmatig publicaties over, zoals recent het rapport van Ronald Meester en een aantal jaar geleden het advies van de commissie-Hordijk. Feit is echter dat de Raad van State zich vooralsnog op het standpunt stelt dat AERIUS Calculator de best mogelijke inschatting van de stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied geeft. Mijn indruk is dat publicaties die het stikstofbeleid en -recht ter discussie stellen steeds vaker politiek worden ingezet. Hoewel het uiteraard goed is dat onderbouwde kritiek wordt geleverd, heb ik de indruk dat het stikstofdossier daardoor alleen maar verder wordt vertraagd. Terwijl de natuur steeds verder onder druk komt te staan en het ‘stikstofslot’ daardoor alleen maar langer duurt.

Zwart op wit

Hier ligt één van de grote toegevoegde waarden van de Ecologische Autoriteit. Ik las laatst nog een bericht waarin werd opgemerkt dat de cijfers over de staat van de natuur die afgelopen zomer bij de Europese Unie zijn ingediend niet verifieerbaar zijn. Juist de Ecologische Autoriteit kan onafhankelijk en onpartijdig, op basis van NDA’s, metingen, AERIUS-berekeningen en eigen observaties in de natuur, zwart op wit aantonen hoe slecht natuurgebieden en soorten er voorstaan. Of niet. Want dat komt ook voor. Er zijn ook gebieden waar, ondanks de stikstofdruk, met maatregelen goede resultaten worden geboekt. Ook dat zie je in de adviezen van de Ecologische Autoriteit terug. Het is niet alleen maar slecht nieuws. Mede dankzij de Ecologische Autoriteit hebben we nu voor veel gebieden een goede ‘foto’ van hoe de natuur in het betreffende gebied ervoor staat, wat de drukfactoren zijn en wat voor maatregelen nodig zijn voor natuurherstel.

Herstelmaatregelen

Er worden wel eens vragen gesteld over de juridische houdbaarheid van de stelling dat de natuur achteruitgaat. Want hoe kun je dat meten als er in 2004, toen de Habitatrichtlijngebieden door de Europese Commissie werden aangewezen geen nulmeting is gedaan? Kijk, we hebben in de aanloop naar 2004 wel voor ieder gebied gegevens moeten aanleveren bij de Europese Commissie als onderbouwing voor het selecteren van die gebieden. Op hoofdlijnen is toen geïnventariseerd wat de waarde was van een Natura 2000-gebied voor een bepaald habitattype of voor een bepaalde soort. De situatie in 2004 is tot op zekere hoogte reconstrueerbaar. Je moet daar echter niet al je tijd aan gaan verdoen; zeker niet nu er snel en veel moet gebeuren, gelet ook op de EU-Natuurherstelverordening. Het is dan ook verstandiger om vol in te zetten op het treffen van herstelmaatregelen, maar tegelijkertijd ook te werken aan het reconstrueren van de situatie in 2004.

Haast

Sowieso is natuurlijk haast geboden bij het treffen van voldoende herstel- én bronmaatregelen. De onderzoeken die in het kader van het Greenpeace-vonnis van 2025 zijn overgelegd laten immers zien dat een aantal habitattypen mogelijk niet meer te redden is, als de stikstofdepositie daarop niet rond 2030 aanzienlijk is gereduceerd. In zoverre is het goed dat het ‘Stikstoffonds’ terug is. Maar veel van dat geld komt pas ná 2030 beschikbaar. Dat zou voor een aantal habitattypen dus zomaar eens te laat kunnen zijn.

Juridische muur

Aannemelijk is ook dat we op een gegeven moment in Europa tegen een juridische muur lopen. De Europese Commissie zit al geruime tijd op het vinkentouw. Zo heeft de toenmalige EU-Commissaris een aantal jaar geleden al een waarschuwingsbrief aan het toenmalige kabinet gestuurd, waarin kort gezegd werd benadrukt dat voldoende maatregelen moeten worden getroffen om de natuur niet verder achteruit te laten gaan. Wat uiteindelijk zou kunnen gebeuren is dat de Commissie een zogenoemde inbreuk-procedure opstart tegen Nederland. En als de reactie van Nederland de Commissie dan niet overtuigt, kan er een procedure bij het Hof van Justitie van de EU worden gestart en dat zou tot veroordeling wegens schending van de Habitatrichtlijn kunnen leiden met daarbij een hoge boete. En zeg niet dat dat niet gebeurt! Ten aanzien van de grutto loopt er nu precies zo’n procedure.

Objectief, betrouwbaar en verifieerbaar

Er zou in dat kader eigenlijk een Doen wat moet én kan 2.0 moeten komen. Een update van de analyse van de eerste 70 NDA’s, maar dan met een analyse van alle nieuwe NDA’s van alle Natura 2000-gebieden in Nederland. Zo’n analyse zou je net als de eerste keer kunnen delen met de verantwoordelijke minister, maar ook ter kennisname naar de Europese Commissie kunnen sturen. De Commissie kan dan op basis van die analyse inzoomen op die gebieden die er in negatieve zin uitspringen. Zo wordt concreet inzichtelijk gemaakt wat er in de afgelopen jaren wel en niet is gebeurd wat het treffen van passende maatregelen betreft, wat de effecten daarvan op die gebieden zijn en wat dat betekent voor de staat van de natuur. Objectief, betrouwbaar en verifieerbaar.’