5050
5050

Botshol, provincie Utrecht

Botshol is een oud laagveenverlandingsgebied met veel open water. In het gebied komen veenmosrietlanden, moerasruigten, galigaanmoerassen en hoogveenbossen voor die typisch zijn voor laagveenmoerassen. De plassen in Botshol waren vroeger helder met waterplanten als krabbenscheer, fonteinkruiden en kranswieren. Tegenwoordig is het water troebel en zijn de waterplanten vrijwel verdwenen.

Hoofdpunten uit het advies

Advies over de beheerplanevaluatie voor de tweede beheerplanperiode
De provincie Utrecht heeft het eerste Natura 2000-beheerplan voor Botshol geëvalueerd. De beheerplanevaluatie beschrijft de staat van de natuur in het gebied en de vele herstelmaatregelen die zijn uitgevoerd. Toch zijn niet alle problemen aangepakt.
De waterkwaliteit is onvoldoende, de grondwaterstand daalt in droge perioden te sterk en de stikstofbelasting is nog steeds te hoog. Voor deze knelpunten zijn tot nu toe geen, of onvoldoende maatregelen genomen, terwijl dat essentieel is voor het behoud en herstel van de natuur in Botshol.
De Ecologische Autoriteit wijst er in haar advies op dat zonder maatregelen verdere verslechtering niet is uit te sluiten. Naast het verminderen van de stikstofdepositie zijn aanvullende maatregelen binnen en buiten Botshol nodig die de waterkwaliteit verbeteren en zorgen voor een stabiele hoge grondwaterstand, ook tijdens droge perioden. Deze maatregelen moeten bijdragen aan herstel van de waternatuur en duurzaam behoud van de veenmosrietlanden, galigaanmoerassen en hoogveenbossen. Het verbeteren van de waterkwaliteit brengt naast de Natura 2000-doelen ook de doelen voor de Kaderrichtlijn Water dichterbij.

Advies over de natuurdoelanalyse voor de eerste cyclus
De natuur in het gebied staat onder druk door te veel stikstof, teveel fosfaat en verdroging als gevolg van de lage ligging van de omgeving van het gebied. De Ecologische Autoriteit ziet dat er al veel maatregelen worden genomen in de Botshol, maar dat deze onvoldoende zijn voor herstel van de natuur. Daarom adviseert de Ecologische Autoriteit snel aanvullende maatregelen te nemen om verdere achteruitgang van de natuur tegen te gaan.
De Natuurdoelanalyse beschrijft al diverse maatregelen voor natuurherstel, maar daarmee worden de doelen voor natuur nog niet gehaald. Met extra maatregelen buiten het gebied kan de provincie mogelijk voorkomen dat de natuur verder achteruitgaat en het in de toekomst moeilijker wordt om de natuurdoelen te halen. Het beheer binnen het gebied is al bijna optimaal. Bronmaatregelen moeten stikstofdepositie tegengaan.
De Ecologische Autoriteit mist in de natuurdoelanalyse aanvullende informatie over de effecten van maatregelen. Er is een beter inzicht nodig in het landschapsecologische systeem van de Botshol: hoe werkt het daar wat betreft bodem, water en lucht, en in de wisselwerking met planten en dieren? Daarmee worden niet alleen de problemen duidelijk, maar ook de onderliggende oorzaken. Deze systeemkennis is nodig om te weten aan welke knoppen kan worden gedraaid om de achteruitgang van de natuur tegen te gaan. De Ecologische Autoriteit adviseert dit heel gericht in een kennisprogramma voor dit gebied verder uit te werken.

Samenstelling van de laatste werkgroep

dr. André Jansen

drs. Allard van Leerdam

prof. dr. Lisette de Senerpont Domis

voorzitter

ir. Harry Webers

werkgroepsecretaris

drs. Evalyne de Swart

Projectinformatie

Betrokken overheden

Provincie Utrecht (voortouwnemer)

Overige betrokken partijen

Natuurmonumenten, Project/klankbordgroep actualisatie

Regio

Utrecht

Natura 2000-gebied

Botshol

Natuurtype

N04 Stilstaande wateren, N05 Moerassen, N14 Vochtige bossen

Landschapstype

Laagveen- en zeekleilandschap

Laatste advies uitgebracht op

16 april 2026