Ecologische Autoriteit 5049
5049

Binnenveld, provincies Utrecht en Gelderland

Binnenveld ligt in het zuidelijke deel van de Gelderse Vallei, tussen Wageningen, Bennekom, Ede, Veenendaal en Rhenen. Het Natura 2000-gebied bestaat uit De Hellen en de Bennekomse Meent. Het gebied is bijzonder vanwege blauwgraslanden, trilvenen, geel schorpioenmos en de grote modderkruiper. 

Hoofdpunten uit het advies

Advies over de beheerplanevaluatie voor de tweede beheerplanperiode
De beheerplanevaluatie beschrijft de staat van de natuur en de maatregelen die zijn uitgevoerd, zoals vernatten, plaggen, dempen van sloten en aangepast beheer. Toch zijn de natuurdoelen nog niet in zicht. Blauwgrasland is verslechterd en veenmosrietland is verdwenen. De belangrijkste knelpunten zijn te lage grondwaterstanden, te weinig kwelwater van de juiste kwaliteit bij de wortels van planten en de te hoge stikstofbelasting. De Ecologische Autoriteit adviseert om snel maatregelen te nemen die het watersysteem structureel herstellen en de stikstofbelasting aan te pakken, binnen én buiten het Natura 2000-gebied. 
Daarvoor is beter systeeminzicht nodig. De Ecologische Autoriteit adviseert om bestaande gegevens samen te brengen in een landschapsecologische systeemanalyse en op basis daarvan ook een herstelstrategie voor het hele beekdal op te stellen. Inclusief de rol van het natuurnetwerk Nederland voor het herstel van het Binnenveld. No-regret maatregelen tegen verdere verslechtering moeten ondertussen onverwijld worden uitgevoerd. 

Advies over de natuurdoelanalyse voor de eerste cyclus
Direct te nemen aanvullende maatregelen moeten verdere achteruitgang van het Binnenveld tegengaan. Het gebied heeft te maken met te veel stikstof, verzuring en verdroging door een te lage beschikbaarheid van kwelwater. De Ecologische Autoriteit ziet dat er al veel maatregelen worden genomen in het Binnenveld, maar dat deze nog onvoldoende zijn voor herstel van de natuur. 
De Ecologische Autoriteit ziet hoe de natuurbeheerder in de provincies Utrecht en Gelderland zijn best doet de natuur in het gebied zo goed mogelijk te beheren. Ondanks deze inspanningen mist de Ecologische Autoriteit nog wel informatie over de effecten van maatregelen. Voor het Binnenveld is een beter inzicht nodig in het landschapsecologische systeem: hoe werkt het daar wat betreft bodem, water en lucht, en in de wisselwerking met planten en dieren? Daarmee worden niet alleen de  problemen duidelijk, maar ook de onderliggende oorzaken. Denk aan drainage en onttrekking van grondwater voor beregening als oorzaak voor verdroging. Deze systeemkennis is nodig om te weten aan welke knoppen kan worden gedraaid om de natuur weer gezond te maken. De Ecologische Autoriteit adviseert dit heel gericht in een kennisprogramma verder uit te werken.
De Natuurdoelanalyse beschrijft ook maatregelen, maar daarmee worden de doelen voor natuur ook nog niet gehaald. De Ecologische Autoriteit adviseert om daarom snel extra maatregelen te nemen. Zo kan de provincie voorkomen dat de natuur verder achteruitgaat en het in de toekomst moeilijker wordt om de natuurdoelen te halen. In de adviezen gaat de Ecologische Autoriteit in op aanvullende ‘no-regret maatregelen’ voor natuurherstel. Dat zijn maatregelen die enerzijds goed onderbouwd zijn en waarvan we anderzijds weten dat ze goed werken en goed zijn voor de natuur. In het Binnenveld gaat het hierbij onder meer om het aanzienlijk reduceren van de stikstofbelasting vanuit de omgeving, het optimaliseren van het maaibeheer, het stopzetten van grondwateronttrekkingen voor beregening.
Samenvattend: de Ecologische Autoriteit adviseert de natuurdoelanalyse te verbeteren met aanvullende informatie zodat goede besluiten genomen kunnen worden in het gebiedsprogramma. Tegelijk moet niet gewacht worden met maatregelen tot alle kennis compleet is. Een aantal knelpunten en oorzaken zijn duidelijk. De Ecologische Autoriteit adviseert om daar nu al tot actie over te gaan.

Samenstelling van de laatste werkgroep

drs. Camiel Aggenbach

dr. Annemieke Kooijman

ir. Joris Schaap

voorzitter

ir. Harry Webers

werkgroepsecretaris

drs. Evalyne de Swart

Projectinformatie

Betrokken overheden

Provincie Utrecht (voortouwnemer)

Overige betrokken partijen

Staatsbosbeheer, Project/klankbordgroep actualisatie

Regio

Gelderland, Utrecht

Natura 2000-gebied

Binnenveld

Natuurtype

N03 Beken en bronnen, N04 Stilstaande wateren, N05 Moerassen, N10 Vochtige schraalgraslanden, N12 Rijke graslanden en akkers

Landschapstype

Beekdallandschap

Laatste advies uitgebracht op

21 mei 2026